|
Deze pagina gaat
over de geschiedenis van het circuit van Zandvoort.
Het
eerste stukje is inleidend over het ontstaan van de autosport in Nederland
maar daarna gaat het hele verhaal over het circuit van
Zandvoort. Deze beschrijving begint bij het stratencircuit van Zandvoort
en eindigt in onze tijd, anno. 2012.
Het
ontstaan
van de autosport
Sinds dat er auto’s en motoren bestaan is er al
behoefte om de snelste te zijn. Zo begint ook de autosport, de allereerste vorm van autorace ter wereld is ontstaan in
Frankrijk waar men de zo genoemde stedenritten had. Het was de bedoeling
dat men zo snel mogelijk van de ene stad naar de andere reed, en zo snel
mogelijk weer terug was. Al deze races begonnen in de hoofdstad van
Frankrijk; Parijs. In 1898 dacht de Nederlandse automobielimporteur M.W.
Aertnys bij zichzelf; waarom geen Parijs-Amsterdam in plaats van een
Parijs-Bordeaux of een Parijs-Marseille? De Franse automobielclub
reageerde eerst een beetje verbaast omdat ze eigenlijk geen zin hadden in
een tocht naar Nederland. Maar Aertnys maakte duidelijk dat dit evenement
voor zowel rijders als toeschouwers spectaculair zou zijn.,, In Nederland
hebt U vlakke wegen, er kunnen hogere snelheden worden gereden en
Nederland is nog maagdelijk wat het automobilisme aangaat’’, zei hij.
,,Het zal de verkoop goed doen daar eens te laten zien wat men
tegenwoordig al met een auto kan doen’’.
Paul Meyan zette samen met
Aertnys een route uit: De start in Parijs, dan via Dinant en Nijmegen naar
Amsterdam en vervolgens weer terug. Op 7 juli ging de Parijs-Amsterdam
race van start.
De autosport in Nederland was geboren!
In 1906 werd in Scheveningen de eerste echte autorace gehouden in de vorm
zoals we hem vandaag de dag ook nog kennen; op een afgesloten stuk weg
werd geprobeerd om zo snel mogelijk een aantal ronden af te leggen. Dit
evenement werd nog een paar keer herhaald in Scheveningen. Ook ontstonden
er races in Hilversum op een 25km lange baan. In verband met de
eerste wereld oorlog werd de nog pas geboren racerij tot 1919 lam
gelegd. Na de eerste wereld oorlog was er in eerste instantie in Nederland
ook geen behoefte om te gaan racen. Maar na een paar jaar begon de
behoefte om te racen toch weer te ontstaan. Zo werd er weer een aantal
keer op de boulevard van Scheveningen geracet. (Hoe dat er uit zag in het
jaar 1924 kunt u bekijken door hier te klikken)
Uiteindelijk ontstond in Nederland ook weer
kleinschalige autoracerij. Door het ontbreken van een (semi-) permanente
autorace baan in Nederland werd er voornamelijk geracet op wielerbanen, sintelbanen en
stratencircuits terwijl de motoren al 2 (semi-) permanente
circuits hadden: Het TT circuit in Assen en het inmiddels ter ziele gegaan
TT oefen circuit in
Limburg. Begrijpelijk was dan ook dat de Nederlandse autosport eveneens
een permanent circuit in Nederland wilde hebben zoals de motorcoureurs al
hadden. Bij het ontbreken van een permanent circuit binnen Nederland
zochten veel Nederlandse autoracers hun heil in het buitenland en vonden die in eerste instantie op het
circuit van Spa-Francorchamps in de Belgische Ardennen.

Een autorace op de
Rotterdamse sintelbaan van Woudestein in 1936.
(Woudestein bestaat nu nog steeds, in de functie van voetbalstadion van
Excelsior Rotterdam)
Plannen voor een permanent autorace circuit
In de jaren dertig van de vorige
eeuw hield het ingenieurs bureau
‘Buvabi’ zich bezig met plannen voor een autocircuit nabij Arnhem,
Auto Baan Celeritas. Deze baan zou ongeveer 35 kilometer lang moeten
worden en dit zou een investering van 1,4 miljoen gulden betekenen. Voor
die tijd een flinke geldsom. Ook
werd er een tweede plan gemaakt voor als het eerste plan niet haalbaar zo
zijn. De baan van het tweede plan zou 28,5 kilometer lang moeten worden.
Als locatie werd gekozen voor het Rozendaalse veld. De plannen bleken bij
lange na niet haalbaar. Bedrijven waren, gezien de economische crisis,
niet bereid om risicovol te investeren in een racecircuit. Er werd samen
met gemeenteraadslid Dr. Wessel een nieuw plan bedacht. De baan van het
derde plan zou op het landgoed Johannahoeve moeten gaan liggen en 15 a 20
kilometer moeten worden. Ook dit plan werd door bedrijven afgeketst.
Ondertussen was de net opgerichte KNAF(Koninklijke Nederlandse Auto
Federatie) bezig met plannen voor een circuit nabij Heerlen. Ook dit plan
ging de mist in.
Steeds meer mensen begonnen om plannen te maken voor een
permanent autocircuit, de populariteit van de autosport groeide. Zo ook de
student Hans Hugenholtz. Hij ging een samenwerkingsverband aan met de Dr.
Wessel en zo ontstond de NAM (Nederlandse Auto- Motorrenbaan.) Het plan
was nu een circuit op landgoed de Krakeling nabij Zeist. Er werd druk
vergaderd en plannen opgesteld. Dit plan liep ook op niks uit mede door de
Duitse bezetting van 1940 tot 1945. Ondanks dat er wel aan de bouw werd
begonnen is in 1947 definitief een streep gezet door de dit plan.

De layout van de baan die in Zeist gepland was door de NAM.
Het ontstaan van autosport in Zandvoort
Burgemeester Henri van Alphen van Zandvoort dacht in
1938 over het houden van een autorace in zijn zetelplaats. Hij was op het
idee gekomen door de Franse badplaatsen Deauville en La Baule en het
Nederlandse Scheveningen waar men op
deze wijze de attractie aanzienlijk wist te verhogen. Hij wou van
Zandvoort ook een bekende badplaats maken en besloot zodoende om een
autorace te organiseren in zijn woonplaats om het toerisme te doen
groeien en de naam Zandvoort meer 'cachet' te geven. Nu moest er alleen nog een
traject komen in Zandvoort.
Een echt permanent circuit bouwen zo veel te
duur zijn en tevens veel te tijd rovend worden.
Samen met de KNAC (voorheen
de KNAF) zocht van Alphen daarom naar een geschikte locatie in Zandvoort
voor een semi-permanent circuit.
Hij
vond dit traject aan de noordkant van Zandvoort waar een paar wegen zouden
worden aangelegd. De KNAC stemde met deze reële plannen in zodat het
wegdek snel geplaatst werd, een pitsstraat werd gecreëerd en er houten
tribunes langs het traject werden neergezet. Op dit 8-vormige circuit, dat
nu nog gedeeltelijk bestaat, werd op 3juni de eerste officiële autorace
gereden onder het bewind van de KNAC, De Prijs van Zandvoort!
De winnaars
in de verschillende classes van deze eerste autorace in Zandvoort waren:
C.Rijshouwer, H.Richten, L.Bena, R.Tielens en de later legendarisch
geworden Piet Nortier. De laatst genoemde ontving de prijs van Zandvoort
uit handen van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard. Dat dit eerste
officiële auto-evenement een succes was blijkt wel uit
stukjes van het blad ‘Auto’ (Blad van de KNAC) van 8 juni 1939:
“……Bij menschenheugenis zal er
wel geen sportevenement kunnen bogen op zulk gunstigen samenloop van
omstandigheden als de Prijs van Zandvoort van de K.N.A.C., de eerste
wegwedstrijd voor automobielen op een gesloten circuit……….Op de
overdekte tribune was plaats voor 2000 personen, op de drie open tribunes
konden 3200 bezoekers worden ondergebracht. In de morgenuren vertoonden
deze nog leege plekken, maar tegen een uur waren ze geheel bezet”,
en het artikel eindigt met:”Het
succesvolle sportevenement was ten einde, de grondslag was gelegd voor
groote internationale wedstrijden. De Sportcommissie van de K.N.A.C. staat
thans voor een Grootsche taak, met wijde perspecieven.”

Het traject van
1939 geprojecteerd op Zandvoort in deze tijd.
Het succes van de autoraces in 1939, brachten
burgemeester Van Alphen op het idee om een permanent racecircuit aan te
leggen in Zandvoort. Dit zou immers een grote aantrekkingkracht hebben op
mensen van buiten Zandvoort om deze badplaats eens te bezoeken, tevens
dacht Van Alphen dat dit voor een grote economische betekenis zou zijn
voor Zandvoort.
De inval van de Nazi’s in 1940 weerhield burgemeester
Van Alphen niet om verder te gaan met zijn circuitplannen. Allereerst moet
het circuit ergens geprojecteerd worden. Dit doet burgemeester Van Alphen
aan de noordkant van Zandvoort waar tevens een wandelbos moet komen. De
bedoeling was dat het circuit om dit wandelbos heen ging lopen. Op de
jaarbeurs van 1941 is er een plattegrond te zien waarop het circuit
geprojecteerd is. Volgens dit eerste plan kan je het circuit, indien
gewenst, aansluiten bij het straten circuit van 1939.
De
list van burgemeester Van Alphen
Nu zijn alle plannen klaar en moet de bouw van het
circuit beginnen. Dit is een moeilijke zaak want inmiddels heeft Hitler
besloten om Nederland te bezetten. De Duitse bezetter heeft
allerlei regeltjes en verboden van kracht laten gaan waardoor er niet zo
maar gebouwd kan worden.
Maar ook hierop had burgemeester Van Alphen een slim plan bedacht met drie
doelen. De burgemeester vertelde de Duitsers namelijk dat hij een
“paradestrasse” wou aanleggen voor de overwinnaars van de oorlog. De
bezetters vinden dit wel een mooi plan. Hij mag zodoende van de Nazi’s
ook alle puinhopen die de oorlog veroorzaakt heeft gebruiken als
ondergrond voor “zijn circuit” of “hun paradestraat”. De
burgemeester kan nu zijn doel realiseren: een permanent circuit in
Zandvoort. Tevens realiseert hij werkgelegenheid zodat niet alle
Zandvoorters naar Duitsland moeten om daar te gaan werken in werkkampen. Op de laatste
plaats ontdoet hij door deze manoeuvre gelijk zijn zetelplaats van puin
dat de Duitse bezetter heeft veroorzaakt met het aanleggen van de Atlantik
Wal. De bezetter heeft voor de bouw van deze verdedigingslinie in
Zandvoort namelijk honderden gebouwen direct langs de zee laten afbreken. Deze puinlaag vormt een uitstekende
fundering voor het wegdek van het circuit.
Zo begint de bouw van het circuit van Zandvoort al tijdens de Tweede
Wereld Oorlog onder toeziend oog van de Duitse bezetter. Achter de eerste
duinrand aan zee graven de door Duitsland ter werk gestelde
arbeidskrachten een lange gleuf. In deze gleuf wordt uiteindelijk het puin
van de afgebroken huizen en hotels gestort als fundering voor het lange
rechte stuk van het circuit van Zandvoort. Als Nederland Op 5 mei 1945 in
zijn geheel wordt bevrijd van de Duitse bezetters ligt er al een flink
deel van het circuit van Zandvoort, zij het nog wel ontgeasfalteerd.
Tegenwoordig is er op het circuit van Zandvoort weinig zichtbaar wat herinnert
aan de list van Henri Van Alphen behalve dan het feit dat er zo nu en dan
rondom het eerste gedeelte van het circuit (langs het rechte stuk, rondom
de Tarzanbocht en het stuk pad richting de Hunzerug) bakstenen omhoog
komen die duidelijk meer dan een halve eeuw oud zijn!

Burgemeester Van Alphen
De meeste mensen na de oorlog willen dat
de Nederlandse staat weer wordt opgebouwd en een plan als in Zandvoort,
past daar echt niet tussen. Daar denken de autosportliefhebbers anders
over. Iedereen die zich nuttig wil maken voor de bouw van het circuit
reist af naar Zandvoort. Het zand en andere bouwmaterialen worden aangevoerd
via een spoorlijntje met kipkarren. Het circuit ziet er ongeveer
rechthoekig uit. Eerst een lang recht stuk van ongeveer 1250 meter. Daarna
een 180 graden bocht naar rechts; de wereldberoemde Tarzanbocht. Onder
leiding van Piet Nortier (winnaar van de prijs van Zandvoort in 1939),
KNMV-officieren en van de Brit Sammy Davis (winnaar van de 24
uur van Le Mans) worden nog een aantal aanpassingen verricht en komt de
uiteindelijke vorm van het circuit van Zandvoort in het vizier. In
februari 1948 als het traject van het circuit af is, gaat burgemeester Van
Alphen met pensioen. Velen vrezen dat al hun werk voor niets is geweest en
dat de plannen voor een circuit alsnog van de baan worden geschoven. Niets
is minder waar want de opvolger van Dhr. Van Alphen, Burgemeester Van
Fenema, pakt het werkt van zijn voorganger met twee handen aan en besluit
om het bouwen van het circuit af te maken. Om een wegdek op de ondergrond
van het circuit te realiseren wordt de overheid bestookt met telefoontjes,
brieven en bezoeken. In de lente van 1948 wordt dan eindelijk in het kader
van ‘Dienst uitvoering Werken’ en met de hulp van de Heidemaatschappij
een wegdek aangelegd op de ondergrond van het circuit van Zandvoort. Er
komen eenvoudige afzettingen, eenvoudige plaatsen om te sleutelen (onder
andere de pits) en er wordt een
stenen tribune gebouwd. Het eerste permanente autocircuit van Nederland,
Het circuit van Zandvoort, is geboren!!
Op 7 augustus 1948 vind de
eerste autorace plaats op het eerste permanente autorace-circuit van
Nederland. Prins Birra van Siam gaat de boeken in als de eerste winnaar
van de 'Grote Prijs van Zandvoort'.
Het circuit wordt vanaf de opening beheert door stichting 'Touring
Zandvoort'. Deze stichting is in beheer van de gemeente en de voorzitter
van deze stichting is Burgemeester Fenema.
De stichting heeft als doel op het circuit te onderhouden alsmede te
exploiteren. Als tweede doel streeft de stichting dat Zandvoort gepromoot
wordt door het circuit en het toerisme hierdoor een positieve wending
krijgt. Om dit laatste kracht bij te zetten gaat een bepaald deel van de
inkomsten van stichting Touring Zandvoort direct naar de VVV van
Zandvoort.
In de 50-er jaren van het circuit kon men erop rondrijden met een auto of
motor door aan de poort een klein bedrag te betalen. Behalve de echte
race-bolides zoals Formule 1 wagens kon iedereen zo genieten van het
circuit. Het circuit was echter een recreatie plek voor iedereen. Niet
zelden liepen er wandelaars of dames met kinderwagens langs de rand van
het circuit bij het begin jaren 50 aangelegde recreatiebos bijvoorbeeld.
(vandaar ook de oude bochten op Zandvoort 'Bos in' en 'Bos uit'). De reglementen
die men toen meekrijg sluiten daarom ook af met de woorden, 'wees een
heer in het verkeer' ondanks dat het stuk asfalt ook 'een der
belangrijkste renbanen van Europa' is aldus ondergetekende circuit
directeur Hans Hungenholtz namens stichting Touring Zandvoort.

Regelement circuit Zandvoort jaren 50
De haat/liefde
verhouding van
Zandvoort met het circuit
in de 60-er en 70-er jaren
Als rode draad in de historie van het circuit lopen
de vele verhalen over het dan wel dan niet sluiten van het circuit. Sinds
het circuit tot stand is gekomen, zijn er al mensen die tegen het circuit
van Zandvoort zijn en het circuit het liefst zo snel mogelijk zien
verdwijnen. Krantenknipsels terug tot de jaren vijftig, zeiden het steeds
weer: gemeenteraad wil sluiting circuit; sluiting uitgesteld; 1961: VVD
wil sluiting racebaan; sluiting circuit in PvdA-verkiezingsprogramma;
gemeenteraad streeft naar sluiting baan.
Sinds de jaren zestig was de Zandvoortse
gemeenteraad al niet positief over het circuit in het noorden van hun
zetelplaats. In eerste instantie kwam dit omdat diverse gemeenteraadsleden
zich op wonden over een negatief saldo van de stichting Touring Zandvoort.
Hiervan was de oorzaak echter meermaals te zoeken in het feit dat een deel
van de inkomsten (en dus niet de pure winst) van stichting Touring
Zandvoort direct richting de plaatselijke VVV gingen ter promotie van
Zandvoort als badplaats.
Ten tweede weerhield het circuit de uitbreiding van Zandvoort als
woonplaats. Er begon een serieus woning tekort te ontstaan maar de
gemeente wilde geen huizen neer zetten zo vlak naast het circuit.
De reden hiervoor was dat er al een aantal nieuwbouw woningen waren
verrezen vlakbij het circuit en dat men na verloop van tijd midden
jaren zestig toch begon te klagen over geluidsoverlast van het circuit.
Omdat er regelgeving ontbrak op dit terrein besloot de gemeente om dan
maar helemaal geen woningen meer te bouwen nabij het circuit zodat men
niet in een oneindig juridisch getouwtrek zou belanden.
Onder druk van deze situatie kwam in 1970 daadwerkelijk het eerste
serieuze signaal tot sluiting van het circuit. De gemeenteraad had
besloten het circuit te sluiten, indien er een andere (toeristische) bestemming voor een
autocircuit gevonden zou worden. De ruime meerderheid van de bewoners van
de badplaats was geschokt. De
plaatselijke ondernemersvereniging liet een onderzoek uitvoeren of de
bewoners het wel eens waren met dit genomen besluit. Maarliefst 80% van de
bevolking was tegen dit genomen besluit tot sluiting van “hun”
circuit. Er volgde een tijd van onwetendheid. In 1972 wilde de gemeente
Zandvoort zijn geld niet meer uit te geven aan het circuit. Wat nu? De
formule 1 coureurs hadden het circuit namelijk al afgekeurd omdat
Zandvoort verouderde en de formule wagens steeds harder gingen terwijl de
veiligheid van het circuit was blijven stil staan tot aan 1948. Er bleven
voor de NAV (Nederlandse Autorensport Vereniging) en de KNAC (Koninklijke
Nederlandse Automobiel club) nog twee opties voor handen; of het
racecomplex sluiten of de exploitatie van het circuit over te nemen. Het
werd gelukkig voor autosportminnend Nederland en de Zandvoortse bevolking
de tweede mogelijkheid. De NAV en de KNAC besloten tot oprichting van de
CENAV BV (Circuit Exploitatie Nederlandse Autorensport Vereniging BV). Het
doel van de CENAV BV was dus om het circuit waardig te gaan exploiteren en
om passende vernieuwingen aan te brengen zodat de formule 1 coureurs weer
op het circuit van Zandvoort zouden kunnen aantreden. Op 17 februari 1973
werd een 15-jarig huurcontract afgesloten tussen de CENAV BV en de
gemeente Zandvoort.
Bijkomend voordeel van de wisseling van de circuit exploitant was dat er
nu veel sneller beslissingen genomen konden worden. De stichting Touring
Zandvoort stond immers onder controle van de gemeenteraad en was eigendom
van de gemeente Zandvoort. Hierdoor kwam besluitvorming maar moeilijk op
gang. De CENAV BV echter, was een bedrijf. Hierdoor kon men veel sneller
beslissingen nemen over met name financiele zaken omtrent het circuit. Een
bedrijf kan immers een stabielere lange termijn visie financieren dan een
gemeenteraad waar besluitvorming lang duurt, waar de leden maximaal om de
vier jaar wisselen en waar bovendien onder geen beding een negatief jaar
resultaat mag worden behaald.
Johan Beerepoot volgde namens
de CENAV BV de legendarische en medeontwerper van het circuit Hans
Hugenholtz (er is nog steeds een bocht op het huidige circuit die zijn
naam draagt) op als circuitdirecteur.
Het lukte Dhr. Beerepoot met veel
inzet en energie om het benodigde geld voor de vele aanpassingen, 3
miljoen gulden, in de knip te krijgen. Langs het gehele traject werden er
vangrails gemonteerd. Ook werden er enkele snelheidsremmende maatregelen
getroffen zoals het aanleggen van de Panorama bocht, een chicane net na
'Tunnel Oost'.
Aan het eind van de jaren 70 besloot
de gemeente Zandvoort toch dat het circuit zijn deuren moest sluiten. Dit
is niet gebeurd omdat de inwoners van Zandvoort het er niet mee eens
waren. Het hoogtepunt voor handhaving van het circuit in deze periode was
op 8 december 1979 toen er een grote demonstratie plaatsvond in Zandvoort
voor de handhaving van het circuit. Dat de inwoners er niet blij mee waren
blijkt onder andere ook uit een krantenartikel uit het Haarlems Dagblad
van maandag 9 december 1979, een interview met een actieve bejaarde
Zandvoortse dame, Bep Roozen op de dag van de demonstratie voor behoud van
het circuit (8 december). Het kopje van het artikel luid: Demp de zee en
van Zandvoort is niets meer over. Hier volgen enkele stukjes uit dit
artikel:,,Op de vraag of ze
vanmiddag mee loopt in de demonstratie voor het circuit produceert ze een
medelijdende glimlach……….,,Reken maar dat ik erbij ben. Wat hier
allemaal gebeurt is zondermeer verbijsterend”…………,,Als
voorbeelden hoef ik alleen maar de toeristenbelasting, het geklungel met
de VVV en de dreigende ramp van de circuitsluiting te noemen. Als ze nu
ook nog de Noordzee gaan dempen kan Zandvoort helemaal wel
inpakken”……………,,Zandvoort is een toeristenplaats”betoogt ze
met klem....,,Wie hier wil komen wonen
moet de toeristen en het circuit op de koop toenemen”……………,,Ik
ga nooit naar een autorace kijken, maar het circuit is een ‘economische
must’ voor Zandvoort”………,,Wat er nu gebeurd is zo verbijsterend
tweeslachtig”, zucht Bep Roozen tot besluit.

Een
pro-circuit Zandvoort sticker van begin jaren 80
De roerige
jaren 80 van het circuit van Zandvoort
In 1981 deed de Zandvoortse gemeenteraad
net als in 1979 weer een
poging tot het verbannen van de autosport uit Zandvoort. De Zandvoortse
raadvertegenwoordiging sprak zich uit over het feit dat zij streefden tot
sluiting van de Zandvoortse autorenbaan. Op 12 februari 1982 volgt een
persbericht van de provincie waarin staat dat sluiting van het circuit
niet tegen te houden is. Dit persbericht benadrukt dat het circuit van
Zandvoort nooit aan de nieuwe Wet Geluidshinder kan voldoen welke in 1983
van kracht zal worden.Er ontstaat veel getouwtrek tussen voorstanders van
de sluiting, veel politici en milieuactivisten, die beweren dat het
circuit nooit in de wets-norm zou vallen en tegenstanders van de sluiting
die dit wel mogelijk achten.
De nieuwe circuitdirecteur Jim Vermeulen vervolgt het werk van de
moegestreden oud-directeur Johan Beerepoot. Hij vermeldt in het
krantenartikel over het persbericht van 12 februari 1982, dat het onzin is
dat het circuit van Zandvoort deze norm nooit zou halen. In zijn argument
dat Zandvoort deze norm wel zou kunnen halen gebruikt hij de resultaten
van een bureau dat heeft onderzocht of het circuit in staat was om de norm
te halen. Zijn letterlijke woorden uit dit artikel zijn: ,,Volgens Haskoning ( het bureau dat het rapport heeft opgesteld red.) kunnen
we terug tot 55 decibel aan de gevels van de huizen. Dat is binnen de
wet”, aldus Vermeulen. ,,Alleen de formule 1 race zou boven de grenzen
van de wet geluidhinder uit komen.” De tegenstanders daarentegen
gebruiken in het artikel geen één argument waarom het circuit van
Zandvoort de norm niet zou halen. De politici beweren zonder echte harde
feiten dat het nauwelijks voorstelbaar is dat het circuit de norm zal
halen. Zelfs een van de stichters van het circuit, oud-burgemeester Fenema,
stuurde een brief vanuit Frankrijk alwaar hij van zijn pensioen aan het
genieten was. ,,Hoewel ik er mij
terdege van bewust ben, dat de stem van een reeds vele jaren
gepensioneerde burgemeester van
Zandvoort nauwelijks meer betekent dan die van een roepende in de
woestijn en dit bewustzijn mij dus zou moeten nopen mij met deze
tragi-comedie op geen enkele wijze te bemoeien, acht ik een argument om
dit bij uitzondering wel te doen verdedigbaar, n.l. mijn geweten niet te
belasten met het zelfverwijt lijdzaam en werkeloos te hebben toegezien bij
de sinistere pogingen van een handvol fanatici een wereldbekend en
voorhands rendabel gemeente-eigendom te vernietigen” schreef hij als
opening van de brief. Hij bedoelde dus, in wat minder zakelijk Nederlands
opgezegd, dit: Hoewel ik weet dat mijn stem niet meer betekent dan die
van iemand die staat te roepen in de woestijn en dit mezelf er dus
eigenlijk van zou moeten weerhouden om me er mee te bemoeien, heb ik een
argument gevonden om dit toch te doen, ik ga hier namelijk niet mezelf
verwijten dat ik niets doe terwijl een handje vol fanatieke mensen op
sluwe wijze proberen om een wereldbekend gemeente-eigendom te vernietigen.
Ook werd er een stichting opgericht die de naam “Redt Zandvoort”
kreeg. Deze stichting hield op 27 februari 1982 een actie op het binnenhof
in Den Haag. Er veranderde
eigenlijk weinig omdat de Nederlandse overheid niet tegen zo'n besluit van
een gemeente in kon gaan.
De burgers van Zandvoort zelf echter wel. Dit gebeurde ook. In 1982
kwamen de gemeenteraadsverkiezingen en men kon in Zandvoort stemmen voor
de nieuwe gemeenteraad.
Omdat de voorstanders van de autorenbaan in de meerderheid waren
in de Zandvoortse gemeente leidde
de 'anti-circuit'-PvdA in Zandvoort forse verliezen.
De door de burgers van Zandvoort gekozen nieuwe raad benaderde in tegenstelling tot zijn
voorgangers het circuit positief en geloofde er wel in dat het circuit met de nodige
aanpassingen de norm van 55 decibel kon halen.
Op 4 oktober 1983 stelde de gedeputeerde staten van de provincie dat het
circuit aan zulke eisen als gesteld worden niet kan voldoen op de plaats
waar het nu lag. In het streekplan van de provincie zou het circuit
namelijk niet passen, in verband met het tegenhouden van bebouwing aan de
noordoost kant van Zandvoort. Opnieuw begon het getouwtrek tussen
voorstanders van de racebaan en tegenstanders van het circuit, die veel
minder konden uithalen als voor 1982, in verband met de
gemeenteraadswisseling.
Het einde van deze kwestie kwam in 1985 toen de
Raad van State bepaalde dat het circuit het bouwen van nieuwe woningen
niet belemmerde omdat er aan de wet geluidshinder werd voldaan.
Net toen het leek dat de storm over het circuit van
Zandvoort eindelijk was opgehouden, diende zich eind 1985 een nieuw onverwacht
probleem aan. Er zou een bungalowpark worden neergezet ten zuiden van
het circuit. Het probleem was dat de racebaan dwars door de de geplande bungalows heen
ging. De gemeente was echter
enthousiast over de bungalowplannen en daar dit van grote betekenis zou
zijn voor het toerisme wilde men dit plan doorzetten. Omdat de exploitant
van het circuit in geldnood zat (mede door het blijven willen
organiseren van de F1 GP's waarvoor men steeds meer moest doen en betalen
aan de nieuwe F1 'chairman' Bernie Ecclestone) kon de directie van het
circuit van Zandvoort niks anders dan akkoord gaan met de verkoop van een
stuk van de circuitgrond ten bate van dit nieuw aan te leggen
bungalowpark.
Wat moest er
nu gebeuren? Dit keer zag het er echt slecht uit voor het autoracecomplex,
de bungalows zouden er namelijk echt gaan staan over een aantal jaar op de
plek waar men nu nog door onder andere de panorama bocht heen racete.
De circuit directie kwam
op 27 maart 1986 met een plan waarin alle betrokken partijen zich
thuis zouden voelen. Een al eerder uit 1978 stammend plan om het circuit meer naar het noorden op te schuiven,
destijds tot stand gekomen door de geluidsproblematiek,werd gepresenteerd.
Het groene traject zou de nieuwe lay-out van Zandvoort gaan worden. Het
rode traject op onderstaande afbeelding geeft het oude circuit weer. De
paarse vlek is het gebied waar de bungalows zouden gaan verrijzen.

De plannen voor het nieuwe Zandvoort werden enthousiast ontvangen en
goedkeuring van de gemeente zou gaan volgen. Aan het begin van 1987 werd
er al geproost met onderstaand glas op het begin van een goed jaar waarin
men de fundering zou gaan leggen voor een mooie toekomst. Een definitieve
oplossing voor het bungalow probleem leek zo goed als zeker te zijn
opgelost en de auto- en motorsport zou nog mooie jaren in Zandvoort gaan
beleven op het nieuwe moderne race-complex.

Een glas met een versie van het circuit dat er
uiteindelijk nooit zou komen.
Hoe rooskleurig 1987 ook werd
aangevangen, dit jaar verliep anders dan men wilde.
De Circuit Zandvoort BV (vroeger CENAV) kwam in de
financiële problemen in het einde van mei van datzelfde jaar. Op 15 juni
1987 vroeg circuitdirecteur Vermeulen het faillissement aan van Circuit
Zandvoort BV, wat een dag later werd uitgesproken.
Er werd een hele nieuwe opzet gemaakt voor de circuit exploitatie. De organisatie die dit nu ging doen heette
Exploitatie Circuit Park. Er werden middelen gevonden om de economische
toekomst van het complex te waarborgen. Jim Vermeulen oud-directeur van
Circuit Zandvoort BV ging aan de kant voor zijn opvolger Peter Holm die
directeur werd van de pas opgerichte organisatie.
Eind ’87 wilde het Ministerie van WVC (nu het
ministerie van VWS) een onderzoek of het circuit naar behoren werd geëxploiteerd.
Op 28 januari 1988 bracht de conclusie van dit onderzoek naar voren dat
het circuit uitstekend werd geëxploiteerd door de ECP.
Ondertussen moet de ECP als nieuwe exploitant nog wel even
'afrekenen' met het probleem van het bungalow-park.
Veel geld om een plan zoals gepresenteerd in 1986 uit te voeren was niet
voorhanden. Daarom besloot de ECP, mede door geld dat men
kreeg door verkoop van de bungalow grond, het zogenaamde
interim-circuit aanleggen.
Op deze onderstaande afbeelding staat het 'oude'
circuit van Zandvoort (het witte en het
grijze weggedeelte) waarop goed te zien is dat het circuit door het
geplande bungalowpark (de rode oppervlakte rechts) heen loopt. Het interem-circuit wordt het grijze al bestaande deel en het zwarte nog aan te
leggen deel. Het doodlopende
grijze stuk, het stuk wat omhoog loopt vanaf het begin van het zwarte
weggedeelte, wordt niet meer benut met autoracen.
Dit doodlopende stuk weg blijft echter behouden
voor als de circuitdirectie besluit om
in de toekomst misschien te gaan uitbreiden. Het witte baangedeelte
is vandaag de dag verdwenen.

Dit plan werd zeer
goed ontvangen door alle betrokken partijen, vooral door de politiek. Het
circuit kwam namelijk ook verder van de bebouwing te liggen. Tevens was het de
bedoeling dat er Geluidswallen gecreëerd
zouden worden waardoor de bewoners minder tot geen geluidsoverlast
zouden hebben van de races. De politiek, zowel de gemeenteraad als de provincie, keurde dit
plan dus goed. In juli 1989 werd het 2,5 km lange interim-circuit in
gebruik genomen.
De
fundering voor een gezonde toekomst in de jaren negentig
In 1989 werd Peter
Holm opgevolgd door Hans Ernst die zich erg inzette voor het
erfpachtcontract. Hij kreeg het voor elkaar dat het destijds aflopende
erfpachtcontract werd verlengt tot minimaal 2013. Omdat het circuit
tot 2013 in handen zou blijven van ECP zou dit een solide basis zijn om
eventuele toekomstige investeringen te kunnen waarborgen.
Door de interem-situatie moest het circuit van Zandvoort begin jaren
negentig een zogenaamde hernieuwde A-status
verkrijgen.
Deze A-status was nodig voor Zandvoort omdat het dan bij de overheid als
A-locatie bekend stond voor het organiseren en houden van de nationale,
alsmede internationale top- autorace wedstrijden. Hiernaast moest
men de A-status verkrijgen omdat men zonder deze in de toekomst beslist
niet het circuit mocht uitbreiden. Bovendien zou dit dan
waarschijnlijk toch niet gebeuren al was het alleen maar omdat
investeerders weg zouden blijven zonder grote nationale of internationale
autosport evenementen.
Om de A-status te verkrijgen moest Zandvoort gekeurd worden als landelijke autoraceaccommodatie, wat het
natuurlijk al was, dus dat
was geen probleem.
Ten tweede moest er een Plan van Aanpak komen voor de komende jaren wat wel
een probleem zou kunnen worden gezien het vele werk en de relatief veel betrokken
Ministeries die allen zo hun eisen stelde waaraan voldaan moest worden.
Het gaat hier over 4 Ministeries: Het eerste ministerie, het ministerie van WVC, is
betrokken omdat zij moeten bepalen of het circuit het waard is om investeringssubsidies
te geven.
Het tweede ministerie, het ministerie van VROM
(Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu), hield zich als
hoofdzaak bezig met het feit of het circuit kon voldoen aan de Wet
geluidhinder en aan de verschillende milieuwetten. Het derde ministerie, die van LNV (Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij), bemoeide zich met de beoordeling van het plan
van aanpak omdat zij moesten zorgen dat de natuur behouden zou worden
danwel niet geschaad.
Het vierde en laatste ministerie,het ministerie van
Economische Zaken, is betrokken omdat ze willen weten of het plan van
aanpak economisch gezien rendabel is en of de ECP de expliotatie van het
circuit goed onder controle heeft.
Er werden door deze vier ministeries uiteindelijk 10 voorwaarden
opgesteld waar aan voldaan moest worden. Zo was één van de voorwaarden
dat het circuit niet te veel hinder mocht veroorzaken voor de
directe omgeving. Daarom werd bijvoorbeeld onderzoek gedaan of bewoners nabij het circuit last hadden
van het autosportcomplex. Het resultaat was zeer positief te noemen voor
het circuit. Op het gebied van de infrastructuur bijvoorbeeld werd de
vraag gesteld of de bewoners last hadden van het verkeer van en naar het
circuit. Van de 500 ondervraagden antwoordde er slechts 12 met ja. Al met
al was ongeveer 80% van de ondervraagden niet negatief over het circuit.
Toen aan alle tien de voorwaarden was voldaan en het plan van aanpak
uiteindelijk was opgesteld moest het worden goedgekeurd door 3 overheidsinstellingen te
weten; de gemeenteraad, de provinciale staten en de landelijke overheid. Zowel de gemeenteraad als
de betrokken ministeries stemden in, alleen
een minieme meerderheid in de provinciale staten stemde tegen.
Om de
laatste stemmen van de provinciale staten binnen te halen stortte de
Exploitatie Circuit Park BV een bedrag van f 250.000,= in een fonds die
het mogelijk maakte om Camping De Branding, wat tussen het circuit en de
boulevard lag, te verplaatsen. Deze aangename verassing bracht de
provinciale staten er toe om het plan van aanpak van de ECP toch goed te
keuren. Op 23 december 1994 schreef staatssecretaris Erica
Terpstra van sport een brief naar de Tweede kamer met de vraag of de A-status
verleend kon worden aan de ECP BV. In juni 1995 kreeg de ECP eindelijk de
definitieve A-status
toegereikt door de overheid.
(Overigens ligt camping De Branding anno 2012 nog steeds op dezelfde plek
als altijd.....)
Sinds 1985 was de formule 1 uit Zandvoort verdwenen en sindsdien was er
bijna geen evenement meer geweest van internationale allure, behoudens een
aantal rondes voor het Britse Formule 3 kampioenschap tijdens de
zogenaamde Racing Festivals op Zandvoort.
Desondanks
het niet uitdagende interim-circuit wilde men van Circuit Park
Zandvoort toch weer internationaal op de kaart
komen te staan met een aansprekend autosport evenement.
Het 'konijn uit de hoge hoed' kwam uiteindelijk tot stand naar een idee
van Marcel Luitze vanuit ECP. Er was een concept bedacht waarin rijders
uit verschillende nationale kampioenschappen Formule 3, destijds dé
opstapklasse naar de formule 1, het tegen elkaar zouden opnemen in identieke
Formule 3 auto's om uit te maken wie nu daadwerkelijk de beste Formule 3
rijder van de wereld was.
Nu moest men nog een evenement sponsor vinden want alleen kon de ECP dit
evenement bij lange na niet organiseren.
De sponsorpartner van het circuit werd Phillip Morris, de tabaksgigant. In
het Franse Lausanne werd aan de ECP tijdens een diner kundig gemaakt dat het idee van
de 'Masters of Formula 3' uitstekend paste bij hun merk 'Marlboro'.
De naam Marlboro had bovendien al veel vaker in Zandvoort opgetreden als
hoofdsponsor en naamdrager van verschillende F1 Grand Prix en andere
evenementen zoals de 'Marlboro Challenge', een zoektocht naar nieuw
racetalent.
Voor de eerste 'Marlboro Masters of Formula 3' werd veel aan promotie
gedaan. Bovendien konden mensen bij tabakszaken en dergelijke een
promotiefolder meenemen met gratis entreekaarten voor het evenement.
Het originele idee werd uiteindelijk wel aangepast; alle deelnemers mochten met hun
eigen formule 3 auto aan de start staan in plaats van de dertig identieke
F3's die men eerst had gewild.
Desalniettemin was het concept geslaagd. Er kwamen rijders uit
verschillende kampioenschappen naar Zandvoort voor de eerste editie van
1991 om hun krachten nu eens echt (de andere twee aansprekende F3
wereld evenementen destijds, Monaco en Macau, waren beide stratenraces en
dus telde de nodige portie geluk daar voor een heel groot deel mede) te
meten met de F3 wereld top.
De schot David Coulthard won de eerste Marlboro Masters
of Formula 3 voor de ogen van 30.000 toeschouwers en zou weldra bij
team Williams in de formule 1 debuteren.
Enig smetje op de eerste editie van de Masters in 1991 was het ontbreken
van rijders uit het Duitse Formule 3 kampioenschap daar zij een al
geplande race niet konden (of volgens sommige niet wilden) verschuiven.
Toch had deze eerste editie op een met toeschouwers goed gevuld Zandvoort
de fundering gelegd voor een evenement dat jaren lang zorgde voor het feit
dat Zandvoort internationale allure terug kreeg.
Vanaf de tweede editie waren alle Europese F3 kampioenschappen wel present
en steeg het aantal toeschouwers met een ruime tienduizend tot aan 45.000.
Latere edities van de Masters in de jaren negentig op het intrem-circuit
trokken altijd meer dan 50.000 bezoekers tot wel 80.000 tijdens de editie
van 1996.
Dit alles met steeds hetzelfde concept; de F3 masters, nationale klassen
in het bijprogramma en demonstraties van ander racegeweld (Formule 1,
Indycars, Nascars etc.) .
Het publiek werd steevast aangetrokken door de gratis verstrekte kaarten
via opvallende displays bij tabakszaken, tankstations en horeca, de vele
posters op straat en slogans als 'Come to where the racing is', 'Real
life, beats, dreams' , 'Feel the heat' en 'Be there'.

Display met informatieboekjes, met hierin de gratis
kaarten, voor de Marlboro Masters van 1997
Overigens hoorde de modelauto niet op het display. Deze auto van Masters 1997 winnaar Tom Coronel is er later opgeplakt.
Door de definitieve
A-status verkregen in 1995 en met een altijd goed bezocht
internationaal top evenement in de vorm van de Marlboro Masters of F3 is
voor de circuitexploitant de weg vrij om van het circuit
weer een volwaardige accommodatie te maken.
Eind 1997 laten de financiën het toe om het inmiddels verouderde
pitsgebouw te slopen en om er een nieuw modern gebouw neer te zetten met
grotere pitgarages en luxe VIP-lounges daarboven. Al een jaar na de sloop
van de oude pits staat de nieuwe er al weer kant en klaar bij.
Aan het einde van 1998 wordt tenslotte begonnen met het daadwerkelijke
uitbreiden van de baan nadat men op de achtergrond nog stevig moest
doorwerken om alles financieel en juridisch voor elkaar te krijgen.
Men hersteld het oude nog 'braakliggende' gedeelte van het circuit weer
tot na het voor coureurs uitdagende Scheivlak.
De bocht is zo uitdagend omdat men er met hoge snelheid op af komt rijden,
vervolgens een duintop op rijdt en dan al moet insturen om vervolgens een
snelle rechter knik te maken van deze duintop af.
Het Scheivlak is dus echt zo'n bocht waar het race-spreekwoord 'De
mannen worden van de jongens gescheiden' vandaan komt. De goede
coureurs nemen de bocht volgas en mindere goden laten hun gas los of
remmen zelfs.
Een wereld befaamde circuitsectie dus die in 1999 weer in ere wordt
hersteld. Het had echter anders kunnen aflopen voor het Scheivlak.
Om het nieuwe circuit heen werden ook geluidswallen aangebracht en een
aantal ingenieurs opperde om het Scheivlak helemaal af te graven zodat de
geluidswallen minder hoog gebouwd konden worden. Gelukkig was de vernieuwingsdrang
de circuitdirectie niet naar het hoofd gestegen en wilde men persé dat
het oude Scheivlak in ere werd hersteld.
Na het Scheivlak liep het circuit richting de nieuwe Marlboro bocht die nu
niet richting links maar naar rechts ging. Vervolgens maakte het nieuwe
traject een lus die vervolgens weer in de richting van het Scheivlak ging
lopen waarna nog er nog één bocht zou volgen en men via een nieuw lang
rechtstuk weer aansluiting zou krijgen op de 'S-bocht/chicane'.
Tijdens het voorjaar van 1999 wordt het nieuwe 4,3 kilometer lange
circuit van Zandvoort in gebruik genomen.

Het nieuwe Zandvoort van 1999.
Anno. 2012 ligt de baan er nog steeds zo bij.
Het nieuwe
Zandvoort in een nieuw millennium
Zandvoort gaat het
derde millennium in met een derde grote aanpassing aan de accommodatie die
op het verlanglijstje stond. Na het vernieuwde pitgebouw en de uitbreiding
van de baan volgt tijdens de pinksterraces op 22 mei 2001 de ingebruikname
van de nieuwe overkapte hoofdtribune.
Na de zelf georganiseerde Masters of F3 komt er in 2001 nog een nieuw
internationaal topevenement bij op Zandvoort.
De Duitse Toerwagen Masters, kortweg de DTM, rijdt eind september van dat
jaar haar eerste wedstrijd in de Noord-Hollandse duinen. Het wordt direct
een historische race die nipt wordt gewonnen door de Duitser Uwe
Alzen in zijn Mercedes die drie tienden sneller was dan Christian Abt in
zijn Audi. Mede omdat er tijdens de Masters of F3 een paar maanden eerder
een mooie demonstratie was te zien van de DTM bolides , met onder andere
Nederlander en vaste DTM deelnemer Patrick Huisman aan het stuur, was er
voldoende publiek langs de baan. Maarliefst 40.000 toeschouwers kwamen op
het DTM spektakel af en dat de stichter van het circuit, burgemeester Van
Alphen, een vooruitziende blik had in 1939 werd wederom bevestigd.
De DTM bleek namelijk seizoen verlengend voor het toerisme in Zandvoort.
Alle slaapplekken voor gasten waren volgeboekt en Zandvoort bruiste als
ware het midden in juli.
Sindsdien is de DTM elk jaar wederom te gast in Zandvoort en stroomt het
dorp vol met Duitse en Nederlandse DTM-fans. Het lopende contract van CPZ
met de DTM staat tot aan 2014.
Met de DTM en de
masters of F3 zit Zandvoort al sinds 2001 'vol'. Dat wil zeggen dat men
vanaf 2001 niet meer internationale wedstrijden kon organiseren in
Zandvoort. Dit ondanks dat er externe organisatoren aan de deur
klopten om te informeren of het mogelijk was te racen in de unieke
ambiance van Zandvoort.
Hoe graag de directie van het circuit ook in wou gaan op gesprekken met
andere series. Er was geen 'ruimte' meer.
Dit komt omdat Zandvoort sinds 1985 valt onder de wet geluidshinder. De
wet geluidshinder is eigenlijk bedoelt voor grote overlast gevende
bedrijven als Schiphol en Tata-steel (voorheen Corus, Hoogovens) in
IJmuiden bijvoorbeeld maar ook het TT circuit in Assen en dus Zandvoort
vallen hieronder omdat de laatste twee nu éénmaal ook worden beoordeelt
als grote overlastgevende plekken aangaande de wetgeluidshinder.
Sinds eind 1985 mag men op Zandvoort gemiddeld op een dag 55 decibel aan
geluid produceren tot aan de gevels van de dichtstbijzijnde
bebouwing.
Het probleem is echter dat grote autosportklassen als bijvoorbeeld de
Formule 3 deze grens bij lange na niet halen en over dit geluidsniveau
heen gaan als er een hele dag wordt gereden. Daarom werd in 1985 besloten
dat Zandvoort vijf dagen per jaar over de geluidsgrens van gemiddeld 55
decibel heen zou mogen gaan. Deze UBO-dagen (UBO= Uitzonderlijke
BedrijfsOmstandigheden) mag het circuit zelf inplannen. Sinds 2001 worden
er twee dagen gereserveerd voor de Masters of F3 en drie dagen voor de DTM.
Met vijf UBO dagen is de 'geluidsruimte' daarmee dan ook op.
Daarom wilde het circuit vanaf 2001 graag meer UBO dagen zodat men meer
aansprekende internationale race-series kan ontvangen in Zandvoort.
In het voorjaar van 2011 was de strijd dan eindelijk gewonnen na een lange juridische
gevecht van een kleine 10 jaar waarin sommige lieden een bij voorbaat
kansloos protest indienden ten einde de boel meer en meer te vertragen.
Ondertussen wordt de accommodatie
steeds verder gemoderniseerd door middel van kleine aanpassingen. Zo heeft
men de afgelopen jaren een rondweg rond het circuit gemaakt zodat onder
andere de hulpdiensten en medewerkers van Zandvoort ook via de buitenkant
rondom het hele circuit kunnen komen. Ook heeft de hoofdingang een andere
uitstraling gekregen.
Het oude hek en de kassahokjes van baksteen zijn weggehaald en daarvoor in
de plaats is géén hek terug gekomen maar wel een nieuw kassagebouw.
Hiernaast heeft men een grote fotozuil neergezet waarop de verschillende
evenementen van Zandvoort worden aangekondigd. De nieuwe entree is door
het wegvallen van het oude hek nu veel opener en vriendelijker geworden en
nodigt meer uit tot het bezoeken van het circuit uit 'nieuwsgierigheid'
van voorbijgangers en toeristen.
Sinds een aantal jaren is de circuit directie ook qua strategie verandert
en heeft men het vrijwel nooit meer over een eventuele terug keer van de
Formule 1 Grand Prix. Hiervoor zou namelijk te veel verandert moeten
worden aan de hele accommodatie en bovendien moet men al een kleine 30
miljoen euro betalen om alleen al een F1 GP te mogen organiseren.
De energie wordt nu gestoken in het aantrekken van andere interessante
raceklassen maar ook kijkt men verder dan alleen naar het autoracen.
Zo is er een aantal jaar geleden begonnen met de 'circuitrun', een
hardloop wedstrijd op en rond het circuit die inmiddels al in één adem genoemd
kan worden met andere bekende hardloopevenementen in het westen van
Nederland. Ook maakt men meer plaats vrij voor de fiets. Met behulp van
het circuit heeft men rondom de baan een ATB-parcours uitgezet en in 2012
komt 'Olympia's tour' naar Zandvoort voor onder andere een proloog op de
eerste dag van deze 'ronde van Nederland' voor wielrenners. Men probeert
dus duidelijk verder te kijken dan autoraces alleen. Een ander goed
voorbeeld is het feit dat er in 2011 een grote Drive-in bioscoop gecreëerd
was op de paddock van het circuit.
Een ander voorbeeld van creatief omgaan met in dit geval de wet
geluidshinder is het feit dat de nieuwjaars-race tegenwoordig half in het
donker wordt verreden. De vergunning van Zandvoort laat normaliter nooit
races toe in het donker omdat men rond 19:00 geen geluid meer mag maken.
Net na de jaarwisseling echter valt de nacht al in rond 17:00. Door de
4-uur durende race te starten rond drie uur beleefde men een aantal jaar
geleden met nog twee uur wedstrijd te gaan voor het eerst 'racen in
het donker' op Zandvoort.
Naast de nieuwjaarsrace telt de agenda van Zandvoort voor
2012, het jaar waarin voor het eerst niet vijf maar twaalf UBO-dagen
kunnen worden gebruikt, natuurlijk ook veel andere autosport evenementen.
Naast de nationale kampioenschappen en de traditionele Masters en de
DTM komt er ook een ronde van het WK FIA GT1 en FIA GT3
sportwagenkampioenschap en De ADAC GT masters (plus bijbehorende series)
en is er een ronde voor het NK rallysprint op en rond het asfalt van het
circuit. Hiernaast zal er in Zandvoort in 2012 voor het eerst sinds jaren
weer een officieel NK voor motoren worden verreden, en wel in de 'endurance'-racerij
(lange-afstands wedstrijden van meerdere uren)
Ook krijgt Zandvoort zijn eigen historische GP waarin men recht zal doen
aan de tijd van het oude Zandvoort. Verschillende fraaie bolides, zoals
formule 1 wagens en sportscars, van 1985 of eerder zullen acté de
presance gaan geven en de duinen doen donderen als vroeger.
Dit zal eer doen aan de geschiedenis van het oude Zandvoort en gaat vast
een mooie opmaat worden voor een gezonde toekomst van het circuit van
Zandvoort!
Hoe deze toekomst zal gaan verlopen weet niemand natuurlijk precies maar
wel is het bekend dat de circuitdirectie in de toekomst een nieuwe moderne
start-toren zou willen bouwen en dat er wordt gesproken over het aanleggen
van een nieuwe chicane. De locatie van die chicane is niet helemaal
duidelijk maar ter vervanging van de Gerlach/Hugenholtz bocht (zodat de
paddock veel breder kan worden) of tussen de Kuhmo en de Luyendijck
bocht (om daar de snelheid te remmen daar deze laatste snelle bocht geen
uitloopstrook heeft) zijn de twee meest logische locaties voor een
eventuele aanpassing van het traject.
Of en wanneer deze aanpassingen gaan komen moet de toekomst gaan
uitwijzen.
Zandvoort en
motoren

Motoren zijn wel degelijk te zien
geweest op Zandvoort zoals blijkt uit bovenstaande memorablia
Bovenstaand verhaal gaat over
de geschiedenis van het circuit van Zandvoort waarin bijna alleen maar
wordt gesproken over de autosport. Dit omdat het circuit van Zandvoort is
aangelegd als racebaan voor in eerste instantie auto's en niet zozeer voor
motoren. Zijn er dan nooit echt motorevenementen geweest?
Integendeel zelfs! Tijdens de begin jaren van het circuit waren de
motorraces qua publieke belangstelling zelfs drukker bezocht dan de
autoraces! Dit kwam mede door het feit dat men zo vlak na de Tweede Wereld
Oorlog zelf eerder beschikte over een motorfiets dan over een auto.
In de loop der jaren zijn er veel meer motorraces georganiseerd in
Zandvoort dan louter zo vlak na de oorlogsjaren.
Zo werden er verschillende NK rondes gehouden maar ook internationale
races. Alle bekende motoriconen van vroeger zoals bijvoorbeeld Randy
Mamola en Giacomo Agostini hebben hun rondjes gedraaid op het oude circuit
van Zandvoort. De rijders van dit kaliber kwamen vaak één of twee weken
na de Dutch TT van Assen naar Zandvoort voor een internationale motorrace.
Hiernaast is Zandvoort zelfs decor geweest van andere motorsportdisciplines
op het oude binnenterrein van het circuit zoals trialwedstrijden en
motorcross waarbij in de jaren zestig zelfs heuse (zijspan-) motorcross
toppers richting Zandvoort gingen om hun krachten te meten in het
duinzand. Dit soort wedstrijden, maar ook races op het circuit, werden
vaak georganiseerd door de MAC Zandvoort.
De reden dat er vandaag de dag nauwelijks voor bepaalde kampioenschappen
met motoren wordt geracet is dat het circuit er in de loop der jaren
eigenlijk steeds op achteruit ging voor motoren. Zo kwamen in de jaren
zeventig de nieuwe vangrails die voor motoren veel te dicht op de baan
stonden.
Hiernaast werden de curbstones aan de binnenkant van de bochten op het
circuit vaak aangepast voor de auto's.
Ze werden dan bijvoorbeeld hoger zodat de auto's de bochten niet al te
veel konden afsnijden. Maar hierdoor werden diezelfde curbstones op
sommige plekken voor de motorcoureurs erg gevaarlijk.
De derde reden is dat het qua publieke belangstelling in de jaren tachtig
achteruit ging bij de motorraces op Zandvoort en dat het organiseren ervan
niet meer rendabel werd geacht vanaf midden jaren negentig.
Toch rijden er thans nog veel motoren op het circuit tijdens verschillende
circuitdagen, trainingen of competities meer gericht op de amateurracer.
Wie weet komen de echte motorwedstrijden eens weer op Zandvoort terug nu
het circuit duidelijk niet alleen aan autosport denkt maar ook andere
manieren tracht te vinden om interessant te zijn voor een zo groot
mogelijke doelgroep.
|
|