De geschiedenis van de "Burgemeester Van Alphenweg"; Circuit van Zandvoort

Circuit van Zandvoort beginpagina
Deze pagina gaat over de geschiedenis van het circuit van Zandvoort. Ik heb hier eens een scriptie over geschreven voor school. Met wat aanpassingen aan dat concept, plaats ik deze nu hier. Tijdens het lezen van deze scriptie zul je heel wat grappige saillante details te weten komen over het circuit. Het eerste stukje is inleidend over het ontstaan van de autosport in Nederland, daarna gaat het hele verhaal over het duinencircuit van Zandvoort. Ik heb voor deze scriptie het vooral het boek '100 jaar autosport, 50 jaar Circuit Zandvoort' gebruikt. Als je deze scriptie leuk vindt om te lezen, is het een aanrader om dat boek te lezen. Het boek gaat niet alleen over het ontstaan van de autosport en het circuit van Zandvoort, maar bevat tevens portretten van belangrijke autosport mensen van toen en nu. Onder andere geportretteerd in het boek; Maus Gatsonides, Jos Verstappen, Rob Slotenmaker, Jan Lammers en vele andere autosport VIPS. Tevens heb ik wat materiaal uit het archief van het Haarlemsdagblad gebruikt voor deze scriptie, alsmede enkele foto's van particulieren of andere site's (zie credits)

 

Het ontstaan van de autosport

Sinds dat er auto’s en motoren bestaan is er al behoefte om de snelste te zijn. Zo begint ook de auto sport,  de aller eerste vorm van autorace ter wereld is ontstaan in Frankrijk waar men de zo genoemde stedenritten had. Het was de bedoeling dat men zo snel mogelijk van de ene stad naar de andere reed, en zo snel mogelijk weer terug was. Al deze races begonnen in de hoofdstad van Frankrijk; Parijs. In 1898 dacht de Nederlandse automobielimporteur M.W. Aertnys bij zichzelf; waarom geen Parijs-Amsterdam in plaats van een Parijs-Bordeaux of een Parijs-Marseille? De Franse automobielclub reageerde eerst een beetje verbaast omdat ze eigenlijk geen zin hadden in een tocht naar Nederland. Maar Aertnys maakte duidelijk dat dit evenement voor zowel rijders als toeschouwers spectaculair zou zijn.,, In Nederland hebt U vlakke wegen, er kunnen hogere snelheden worden gereden en Nederland is nog maagdelijk wat het automobilisme aangaat’’, zei hij. ,,Het zal de verkoop goed doen daar eens te laten zien wat men tegenwoordig al met een auto kan doen’’. Paul Meyan zette samen met Aertnys een route uit: De start in Parijs, dan via Dinant en Nijmegen naar Amsterdam en vervolgens weer terug. Op 7 juli ging de Parijs-Amsterdam race van start. De autosport in Nederland was geboren.In 1906 werd in Scheveningen de eerste echte autorace gehouden in de vorm zoals we hem vandaag de dag ook nog kennen; op een afgesloten stuk weg werd geprobeerd om zo snel mogelijk een aantal ronden af te leggen. Dit evenement werd nog een paar keer herhaald in Scheveningen. Ook ontstonden er races in Hilversum op een 25km lange baan. In verband met de  eerste wereld oorlog werd de nog pas geboren racerij tot 1919 lam gelegd. Na de eerste wereld oorlog was er in eerste instantie in Nederland ook geen behoefte om te gaan racen. Maar na een paar jaar begon de behoefte om te racen toch weer te ontstaan. Nederlandse rijders zochten hun heil in het buitenland en vonden die in eerste instantie op het circuit van Spa-Francorchamps. Uiteindelijk ontstond in Nederland ook weer kleinschalige autoracerij. Er werd op Wielerbanen, Sintelbanen en stratencircuits geracet door auto’s terwijl de motoren al 2 permanente circuits hadden: Het TT circuit in Assen en het TT oefen circuit in Limburg. Begrijpelijk was dan ook dat de Nederlandse autosport eveneens een permanent circuit in Nederland wilde hebben zoals de motorcoureurs al hadden.

Een autorace op de Rotterdamse sintelbaan van Woudesteyn in 1936.

 

Plannen voor een permanent autorace circuit

In de crisisjaren hield het ingenieurs bureau ‘Buvabi’ zich bezig met plannen voor een autocircuit nabij Arnhem, Auto Baan Celeritas. Deze baan zou ongeveer 35 kilometer lang moeten worden en dit zo een investering van 1,4 miljoen gulden betekenen. Ook werd er een tweede plan gemaakt voor als het eerste plan niet haalbaar zo zijn. De baan van het tweede plan zou 28,5 kilometer lang moeten worden. Als locatie werd gekozen voor het Rozendaalse veld. De plannen bleken bij lange na niet haalbaar. Bedrijven waren, gezien de economische crisis, niet bereid om risicovol te investeren in een racecircuit. Er werd samen met gemeenteraadslid Dr. Wessel een nieuw plan bedacht. De baan van het derde plan zou op het landgoed Johannahoeve moeten gaan liggen en 15 a 20 kilometer moeten worden. Ook dit plan werd door bedrijven afgeketst. Ondertussen was de net opgerichte KNAF(Koninklijke Nederlandse Auto Federatie) bezig met plannen voor een circuit nabij Heerlen. Ook dit plan ging de mist in. Steeds meer mensen begonnen om plannen te maken voor een permanent autocircuit, de populariteit van de autosport groeide. Zo ook de student Hans Hugenholtz. Hij ging een samenwerkingsverband aan met de Dr. Wessel en zo ontstond de NAM (Nederlandse Auto- Motorrenbaan.) Het plan was nu een circuit op landgoed de Krakeling nabij Zeist. Er werd druk vergaderd en plannen opgesteld. Dit plan liep ook op niks uit mede door de Duitse bezetting van 1940 tot 1945.

De layout van de baan die in Zeist gepland was door de NAM (afbeelding www.racingcircuits.net)

 

Het ontstaan van autosport in Zandvoort

Burgemeester van Van Alphen van Zandvoort dacht in 1938 over het houden van een autorace in zijn zetelplaats. Hij was op het idee gekomen door de Franse badplaatsen Deauville en La Baule waar men op deze wijze de attractie aanzienlijk wist te verhogen. Hij wou van Zandvoort ook een bekende badplaats maken en besloot zodoende om een autorace te organiseren in zijn woonplaats. Nu moest er alleen nog een traject komen in Zandvoort. Een echt permanent circuit bouwen zo veel te duur zijn en tevens veel te tijd rovend zijn. Samen met de KNAC (voorheen de KNAF) zocht van Alphen naar een geschikte locatie in Zandvoort. Hij vond dit traject aan de noordkant van Zandvoort waar een paar wegen zouden worden aangelegd. De KNAC stemde met deze reële plannen in zodat het wegdek snel geplaatst werd, een pitsstraat werd gecreëerd en er houten tribunes langs het traject werden neergezet. Op dit 8-vormige circuit, dat nu nog gedeeltelijk bestaat, werd op 3juni de eerste officiële autorace gereden onder het bewind van de KNAC, De Prijs van Zandvoort. De winnaars in de verschillende classes van deze eerste autorace in Zandvoort waren: C.Rijshouwer, H.Richten, L.Bena, R.Tielens en de later legendarisch geworden Piet Nortier. De laatst genoemde ontving de prijs van Zandvoort uit handen van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard. Dat dit eerste officiële auto-evenement een succes was blijkt wel uit  stukjes van het blad ‘Auto’ (Blad van de KNAC) van 8 juni 1939: “……Bij menschenheugenis zal er wel geen sportevenement kunnen bogen op zulk gunstigen samenloop van omstandigheden als de Prijs van Zandvoort van de K.N.A.C., de eerste wegwedstrijd voor automobielen op een gesloten circuit……….Op de overdekte tribune was plaats voor 2000 personen, op de drie open tribunes konden 3200 bezoekers worden ondergebracht. In de morgenuren vertoonden deze nog leege plekken, maar tegen een uur waren ze geheel bezet”, en het artikel eindigt met:”Het succesvolle sportevenement was ten einde, de grondslag was gelegd voor groote internationale wedstrijden. De Sportcommissie van de K.N.A.C. staat thans voor een Grootsche taak, met wijde perspecieven.”

Het traject van 1939 geprojecteerd op Zandvoort in deze tijd.

Het succes van de autoraces in 1939, brachten burgemeester Van Alphen op het idee om een permanent racecircuit aan te leggen in Zandvoort. Dit zou immers een grote aantrekkingkracht hebben op mensen van buiten Zandvoort om deze badplaats eens te bezoeken, tevens dacht Van Alphen dat dit voor een grote economische betekenis zou zijn voor Zandvoort. De inval van de Nazi’s in 1940 weerhield burgemeester Van Alphen niet om verder te gaan met zijn circuitplannen. Allereerst moet het circuit ergens geprojecteerd worden. Dit doet burgemeester Van Alphen aan de noordkant van Zandvoort waar tevens een wandelbos moet komen. De bedoeling was dat het circuit om dit wandelbos heen ging lopen. Op de jaarbeurs van 1941 is er een plattegrond te zien waarop het circuit geprojecteerd is. Volgens dit eerste plan kan je het circuit, indien gewenst, aansluiten bij het straten circuit van 1939. 

 

De list van burgemeester Van Alphen

Nu zijn alle plannen klaar en moet de bouw van het circuit beginnen. Dit is een moeilijke zaak want inmiddels heeft Hitler besloten om Nederland te bezetten. De Duitse bezetter heeft allerlei regeltjes en verboden van kracht laten gaan waardoor er niet zo maar gebouwd kan worden. Maar ook hierop had burgemeester Van Alphen een slim plan bedacht met drie doelen. De burgemeester vertelde de Duitsers namelijk dat hij een “paradestrasse” wou aanleggen voor de overwinnaars van de oorlog. De bezetters vinden dit wel een mooi plan. Hij mag zodoende van de Nazi’s ook alle puinhopen die de oorlog veroorzaakt heeft gebruiken als ondergrond voor “zijn circuit” of “hun paradestraat”. De burgemeester kan nu zijn doel realiseren: een permanent circuit in Zandvoort. Tevens realiseert hij werkgelegenheid zodat niet alle Zandvoorters naar Duitsland moeten om daar te gaan werken in werkkampen. Op de laatste plaats ontdoet hij door deze manoeuvre gelijk zijn zetelplaats van puin dat de oorlog heeft veroorzaakt. Deze puinlaag vormt een uitstekende fundering voor het wegdek van het circuit.Op 5 mei 1945 wordt Nederland in zijn geheel bevrijd van de Duitse bezetters. 

Burgemeester Van Alphen hielp met zijn list zowel de Zandvoorters als autosportliefhebbers in WO II.

De meeste mensen na de oorlog willen dat de Nederlandse staat weer wordt opgebouwd en een plan als in Zandvoort, past daar echt niet tussen. Daar denken de autosportliefhebbers anders over. Iedereen die zich nuttig wil maken voor de bouw van het circuit reist af naar Zandvoort.Het zand en andere bouwmaterialen worden aangevoerd via een spoorlijntje met kipkarren. Het circuit ziet er ongeveer rechthoekig uit. Eerst een lang recht stuk van ongeveer 1250 meter. Daarna een 180 graden bocht naar rechts; de wereldberoemde Tarzanbocht. Onderleiding van Piet Nortier (winnaar van de prijs van Zandvoort in 1939) en andere KNMV-officieren en van de Brit Sammy Davis (winnaar van de 24 uur van Le Mans) worden nog een aantal aanpassingen verricht en komt de uiteindelijke vorm van het circuit van Zandvoort in het vizier. In februari 1948 als het traject van het circuit af is, gaat burgemeester Van Alphen met pensioen. Velen vrezen dat al hun werk voor niets is geweest en dat de plannen voor een circuit alsnog van de baan worden geschoven. Niets is minder waar want de opvolger van Dhr. Van Alphen, Burgemeester Van Fenema, pakt het werkt van zijn voorganger met twee handen aan en besluit om het bouwen van het circuit af te maken. Om een wegdek op de ondergrond van het circuit te realiseren wordt de overheid bestookt met telefoontjes, brieven en bezoeken. In de lente van 1948 wordt dan eindelijk in het kader van ‘Dienst uitvoering Werken’ en met de hulp van de Heidemaatschappij een wegdek aangelegd op de ondergrond van het circuit van Zandvoort. Er komen eenvoudige afzettingen, eenvoudige plaatsen om te sleutelen (onder andere de pits)  en er wordt een stenen tribune gebouwd. Het eerste permanente autocircuit van Nederland, Het circuit van Zandvoort, is geboren!!

 

 

De haat/liefde verhouding met het van Zandvoort met het circuit

Als rode draad in de historie van het circuit lopen de vele verhalen over het dan wel dan niet sluiten van het circuit. Sinds het circuit tot stand is gekomen, zijn er al mensen die tegen het circuit van Zandvoort zijn en het circuit het liefst zo snel mogelijk zien verdwijnen. Krantenknipsels terug tot de jaren vijftig, zeiden het steeds weer: gemeenteraad wil sluiting circuit; sluiting uitgesteld; 1961: VVD wil sluiting racebaan; sluiting circuit in PvdA-verkiezingsprogramma; gemeenteraad streeft naar sluiting baan. Sinds jaar en dag zoeken autoliefhebbers uit Nederland naar een alternatieve locatie mocht Zandvoort het circuit plotseling verbannen uit zijn gemeente.

 

  Het eerste echte signaal om het circuit daadwerkelijk te sluiten

Sinds de jaren zestig was de Zandvoortse gemeenteraad al niet positief over het circuit in het noorden van hun zetelplaats. Maar op 10 November 1970 kwam daadwerkelijk het eerste serieuze signaal tot sluiting van het circuit. De gemeenteraad had besloten het circuit te sluiten, indien er een andere bestemming voor een autocircuit gevonden zou worden. De badplaats was geschokt. De plaatselijke ondernemersvereniging liet een onderzoek uitvoeren of de bewoners het wel eens waren met dit genomen besluit. Maarliefst 80% van de bevolking was tegen dit genomen besluit tot sluiting van “hun” circuit. Er volgde een tijd van onwetendheid. In 1972 wilde de gemeente Zandvoort zijn geld niet meer uit te geven aan het circuit. Wat nu? De formule 1 coureurs hadden het circuit namelijk al afgekeurd omdat Zandvoort verouderde en de formule wagens steeds harder gingen terwijl de veiligheid van het circuit was blijven stil staan tot aan 1948. Er bleven voor de NAV (Nederlandse Autorensport Vereniging) en de KNAC (Koninklijke Nederlandse Automobiel club) nog twee opties voor handen; of het racecomplex sluiten of de exploitatie van het circuit over te nemen. Het werd gelukkig voor autosportminnend Nederland en de Zandvoortse bevolking de tweede mogelijkheid. De NAV en de KNAC besloten tot oprichting van de CENAV BV (Circuit Exploitatie Nederlandse Autorensport Vereniging BV). Het doel van de CENAV BV was dus om het circuit waardig te gaan exploiteren en om passende vernieuwingen aan te brengen zodat de formule 1 coureurs weer op het circuit van Zandvoort zouden kunnen aantreden. Op 17 februari 1973 werd een 15-jarig huurcontract afgesloten tussen de CENAV BV en de gemeente Zandvoort. Johan Beerepoot volgde de legendarische Hans Hugenholtz (er is nog steeds een bocht op het huidige circuit die zijn naam draagt) op als circuitdirecteur. Het lukte Dhr. Beerepoot met veel inzet en energie om het benodigde geld voor de vele aanpassingen, 3 miljoen gulden, in de knip te krijgen. Langs het gehele traject werden er vangrails gemonteerd. Ook werden er enkele snelheidsremmende maatregelen getroffen zoals het aanbrengen van chicanes (korte, langzame rechts,links of links,rechts bochtencombinaties). Aan het eind van de jaren 70 besloot de gemeente Zandvoort toch dat het circuit zijn deuren moest sluiten. Dit is niet gebeurd omdat de inwoners van Zandvoort het er niet mee eens waren. Het hoogtepunt voor handhaving van het circuit in deze periode was op 8 december 1979 toen er een grote demonstratie plaatsvond in Zandvoort voor de handhaving van het circuit. Dat de inwoners er niet blij mee waren blijkt onder andere ook uit een krantenartikel uit het Haarlems Dagblad van maandag 9 december 1979, een interview met een actieve bejaarde Zandvoortse dame, Bep Roozen op de dag van de demonstratie voor behoud van het circuit (8 december). Het kopje van het artikel luid: Demp de zee en van Zandvoort is niets meer over. Hier volgen enkele stukjes uit dit artikel:,,Op de vraag of ze vanmiddag mee loopt in de demonstratie voor het circuit produceert ze een medelijdende glimlach……….,,Reken maar dat ik erbij ben. Wat hier allemaal gebeurt is zondermeer verbijsterend”…………,,Als voorbeelden hoef ik alleen maar de toeristenbelasting, het geklungel met de VVV en de dreigende ramp van de circuitsluiting te noemen. Als ze nu ook nog de noordzee gaan dempen kan Zandvoort helemaal wel inpakken”……………,,Zandvoort is een toeristenplaats”betoogt ze met klem. ,,En dat gepraat over een woongemeente met een toeristisch karakter is een nare zaak”…………….,,Wie hier wil komen wonen moet de toeristen en het circuit op de koop toenemen”……………,,Ik ga nooit naar een autorace kijken, maar het circuit is een ‘economische must’ voor Zandvoort”………,,Wat er nu gebeurd is zo verbijsterend tweeslachtig”, zucht Bep Roozen tot besluit.

Logo ven de stichting “Redt Zandvoort” die er voor streed om het circuit te behouden.

 

De Geluidskwestie van Zandvoort en het circuit in de jaren ‘80

In 1981 deed de Zandvoortse gemeenteraad weer een poging tot het verbannen van de autosport uit Zandvoort. De Zandvoortse raadvertegenwoordiging sprak zich uit over het feit dat zij streefden tot sluiting van de Zandvoortse autorenbaan. Op 12 februari 1982 volgt een persbericht van de provincie waarin staat dat sluiting van het circuit niet tegen te houden is. Dit persbericht benadrukt dat het circuit van Zandvoort nooit aan de nieuwe Wet Geluidshinder kan voldoen en zodoende gesloten moet worden. Er ontstaat veel getouwtrek tussen voorstanders van de sluiting, veel politici en milieuactivisten, die beweren dat het circuit nooit in de wets-norm zou vallen en tegenstanders van de sluiting die dit wel mogelijk achten.
De nieuwe circuitdirecteur Jim Vermeulen vervolgt het werk van de moegestreden oud-directeur Johan Beerepoot. Hij vermeldt in het krantenartikel over het persbericht van 12 februari 1982, dat het onzin is dat het circuit van Zandvoort deze norm nooit zou halen. In zijn argument dat Zandvoort deze norm wel zou kunnen halen gebruikt hij de resultaten van een bureau dat heeft onderzocht of het circuit in staat was om de norm te halen. Zijn letterlijke woorden uit dit artikel zijn: ,,Volgens Haskoning ( het bureau dat het rapport heeft opgesteld) kunnen we terug tot 55 decibel aan de gevels van de huizen. Dat is binnen de wet”, aldus Vermeulen. ,,Alleen de formule 1 race zou boven de grenzen van de wet geluidhinder uit komen.” De tegenstanders daarentegen gebruiken in het artikel geen één argument waarom het circuit van Zandvoort de norm niet zou halen. De politici beweren zonder echte harde feiten dat het nauwelijks voorstelbaar is dat het circuit de norm zal halen. Zelfs een van de stichters van het circuit, oud-burgemeester Fenema, stuurde een brief vanuit Frankrijk alwaar hij van zijn pensioen aan het genieten was. ,,Hoewel ik er mij terdege van bewust ben, dat de stem van een reeds vele jaren gepensioneerde burgemeester  van Zandvoort nauwelijks meer betekent dan die van een roepende in de  woestijn en dit bewustzijn mij dus zou moeten nopen mij met deze tragi-comedie op geen enkele wijze te bemoeien, acht ik een argument om dit bij uitzondering wel te doen verdedigbaar, n.l. mijn geweten niet te belasten met het zelfverwijt lijdzaam en werkeloos te hebben toegezien bij de sinistere pogingen van een handvol fanatici een wereldbekend en voorhands rendabel gemeente-eigendom te vernietigen” schreef hij als opening van de brief. Hij bedoelde dus, in wat minder zakelijk Nederlands opgezegd, dit: Hoewel ik weet dat mijn stem niet meer betekent dan die van iemand die staat te roepen in de woestijn en dit mezelf er dus eigenlijk van zou moeten weerhouden om me er mee te bemoeien, heb ik een argument gevonden om dit toch te doen, ik ga hier namelijk niet mezelf verwijten dat ik niets doe terwijl een handje vol fanatieke mensen op sluwe wijze proberen om een wereldbekend gemeente-eigendom te vernietigen. Ook werd er een stichting opgericht die de naam “Redt Zandvoort” kreeg. Deze stichting hield op 27 februari 1982 een actie op het binnenhof in Den Haag.  Er veranderde eigenlijk weinig. Maar gelukkig voor de voorstanders van het circuit kwamen de gemeenteraadsverkiezingen net op tijd, namelijk in 1982. De huidige gemeenteraad, voornamelijk bestaande ui PvdA-ers, was niet positief gestemd geweest over het circuit. Daar kon nu dus wat aan gedaan worden. Omdat de voorstanders van de autorenbaan in de meerderheid waren in de Zandvoortse gemeente  leidde de PvdA in Zandvoort forse verliezen, met als gevolg een nieuwe gemeenteraad die het circuit positief benaderde in tegen stelling tot zijn voorgangers en er wel in geloofde dat het circuit met de nodige aanpassingen de norm van 55 decibel kon halen.

 

De provincie gaat bezwaar maken tegen het circuit

Op 4 oktober 1983 stelde de gedeputeerde staten van de provincie dat het circuit aan zulke eisen als gesteld worden niet kan voldoen op de plaats waar het nu lag. In het streekplan van de provincie zou het circuit namelijk niet passen, in verband met het tegenhouden van bebouwing aan de zuidoost kant van Zandvoort. Opnieuw begon het getouwtrek tussen voorstanders van de racebaan en tegenstanders van het circuit, die veel minder konden uithalen als voor 1982, in verband met de gemeenteraadswisseling. Het einde van deze kwestie kwam in 1985 toen de Raad van State bepaalde dat het circuit het bouwen van nieuwe woningen niet belemmerde.

 

Een nieuw probleem in Zandvoort omtrent het circuit

Net toen het leek dat de storm over het circuit van Zandvoort eindelijk was opgehouden, diende zich een nieuw onverwacht probleem aan. Er zou een bungalowpark worden neergezet ten zuidoosten van het circuit. Het probleem was dat de racebaan dwars door de bungalows heen ging en dat er dus opnieuw een probleem ontstond. De gemeente was echter enthousiast over de bungalowplannen en wilde deze doorzetten. Wat moest er nu gebeuren? Dit keer zag het er echt slecht uit voor het autoracecomplex, de bungalows zouden er namelijk hoe dan ook komen.De circuit directie kwam op 27 maart 1986 met een genieus plan waarin alle betrokken partijen zich thuis zouden voelen. Om dit beter uit te leggen volgt eerst een afbeelding.

Het plan van 1986, uitleg hieronder;

Op deze afbeelding staat het bestaande circuit anno 1986 (het witte en het grijze weggedeelte) waarop goed te zien is dat het circuit door het geplande bungalowpark (de rode oppervlakte rechts) heen loopt. Het nieuwe circuit wordt het grijze al bestaande deel en het zwarte nog aan te leggen deel. Het  doodlopende grijze stuk, het stuk wat omhoog loopt vanaf het begin van het zwarte weggedeelte, wordt niet meer benut met autoracen. Dit doodlopende stuk weg blijft echter behouden voor als de circuitdirectie besluit om  in de toekomst misschien te gaan uitbreiden. Het witte baangedeelte is vandaag de dag verdwenen. Dit plan werd zeer goed ontvangen door alle betrokken partijen, vooral door de politiek. Het circuit kwam namelijk verder van de bebouwing te liggen. Tevens was het de bedoeling dat er Geluidswallen gecreëerd  zouden worden waardoor de bewoners minder tot geen geluidsoverlast zouden hebben van de races. Het derde positieve punt was dat er naast het bungalowcomplex nu plaats was gekomen voor onder andere sportvelden.  De politiek, zowel de gemeenteraad als de provincie, keurde dit plan dus goed. In juli 1989 werd het 2,5 km lange interim-circuit in gebruik genomen.

 

Mutatie van de circuit exploitant

De Circuit Zandvoort BV (vroeger CENAV) kwam in de financiële problemen in het einde van mei in het jaar 1987. Op 15 juni 1987 vroeg circuitdirecteur Vermeulen het faillissement aan van Circuit Zandvoort BV, wat een dag later werd uitgesproken.Er werd een hele nieuwe opzet gemaakt voor de circuitexploitatie.De organisatie die dit nu ging doen heette Exploitatie Circuit Park. Er werden middelen gevonden om de economische toekomst van het complex te waarborgen. Jim Vermeulen oud-directeur van Circuit Zandvoort BV ging aan de kant voor zijn opvolger Peter Holm die directeur werd van de pas opgerichte organisatie. Op 21 september 1989 kwam de exploitatie van het circuit dan ook werkelijk in de handen van Exploitatie Circuit Park. Eind ’87 wilde het Ministerie van WVC (nu het ministerie van VWS) een onderzoek of het circuit naar behoren werd geëxploiteerd. Op 28 januari 1988 bracht de conclusie van dit onderzoek naar voren dat het circuit uitstekend werd geëxploiteerd door de ECP. In 1989 werd Peter Holm opgevolgd door Hans Ernst die zich erg inzette voor het erfpachtcontract. Dit betekent dat het circuit van Zandvoort in handen van ECP blijft tot minimaal 2013.

 

De A-status

Door een nieuwe wet moest het circuit van Zandvoort een zogenaamde hernieuwde A-status verkrijgen. Dit hield in dat het bij de overheid bekend moest zijn als landelijke autoraceaccommodatie, wat het al was, dus dat was geen probleem. Ten tweede moest er een Plan van Aanpak komen wat wel een probleem was gezien het vele werk en de relatief veel betrokken Ministeries die allen zo hun eisen stelde waaraan voldaan moeste worden. Het gaat hier over 4 Ministeries: Het eerste ministerie, het ministerie van WVC, is betrokken omdat zij moeten bepalen of het circuit het waard is om investeringssubsidies te geven. Het tweede ministerie, het ministerie van VROM (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu), hield zich als hoofdzaak bezig met het feit of het circuit kon voldoen aan de Wet geluidhinder en aan de verschillende milieuwetten. Het derde ministerie, die van LNV (Landbouw, Natuurbeheer en Visserij), bemoeide zich met de beoordeling van het plan van aanpak omdat zij moesten zorgen dat de natuur behouden zou worden. Het vierde en laatste ministerie,het ministerie van Economische Zaken, is betrokken omdat ze willen weten of het plan van aanpak economisch gezien rendabel is. Er werden door deze vier ministeries 10 voorwaarden opgesteld waar aan voldaan moest worden. Toen het plan van aanpak opgesteld was moest het worden goedgekeurd door 3 overheidsinstellingen te weten; de gemeenteraad, de provinciale staten en de 4 betrokken ministeries. Zowel de gemeenteraad als de 4 ministeries stemden in, alleen een minieme meerderheid in de provinciale staten stemde tegen. Om de laatste stemmen van de provinciale staten binnen te halen stortte de Exploitatie Circuit Park BV een bedrag van f 250.000,= in een fonds die het mogelijk maakte om Camping De Branding, wat tussen het circuit en de boulevard lag, te verplaatsen. Deze aangename verassing bracht de provinciale staten er toe om het plan van aanpak van de ECP toch goed te keuren. Op 23 december 1994 schreef staatssecretaris Erica Terpstra een brief naar de Tweede kamer met de vraag of de A-status verleend kon worden aan de ECP BV. In juni 1995 kreeg de ECP eindelijk de A-status toegereikt door de overheid.

 

Omgang tussen het circuit en de bewoners van de laatste jaren

De laatste jaren zijn er vooralsnog geen negatieve klanken gehoord van Zandvoorters omtrent het circuit. In 1995 werd er voor het laatst een onderzoek gedaan of bewoners nabij het circuit last hadden van het autosportcomplex. Het resultaat was zeer positief te noemen voor het circuit. Op het gebied van de infrastructuur bijvoorbeeld werd de vraag gesteld of de bewoners last hadden van het verkeer naar en van het circuit. Van de 500 ondervraagden antwoordde er slechts 12 met ja. Het enige wat de ECP nog zou willen is meer geluidsdagen. Op een zogenaamde geluidsdag mag de wet geluidhinder overschreden worden. Het circuit zou er graag meer willen zodat ze meer internationale races (zoals bijvoorbeeld de sportscarseries en misschien ooit weer de formule 1) zouden kunnen organiseren in Zandvoort. Tot op de dag van vandaag is het circuit daarover nog in discussie met verschillende instanties.


Het oude Zandvoort geprojecteerd op een recente luchtfoto; rode gedeelte bestaat niet meer, het grijze gedeelte maakt nog steeds deel uit van het huidige circuit

KLIK HIER voor alle layouts van het circuit van Zandvoort.